Press


"C'est une musique d'atmosphère, d'ambiance, belle et sereine, nostalgique comme le folklore, qui est une de ses sources. Les arabesques du saxophone et de la guitare, leur sonorité, le tapis électro-percussions peignent délicatement des morceaux inattendus et passionnants."

Jean Claude Vantroyen, Le Soir Mad p.16 (22/07/2015 ***)



"Wer bei Jazz Ungebundenes und Gebundenes sucht, wer einen Sinn für Improvisation hat und auch Free Jazz gegenüber offen ist, der wird Llop und deren Musik sehr schätzen. Bitte mehr davon!"

Ferdinand Dupuis-Panther, Jazzhalo (07/2015)


"Lampke»

EL negocito RECORDS ENR035



They have made a great recording with a combination of freely improvised drone music and more straight jazz, It could as well have been done in Scandinavia. This could have been done by Trygve Seim and Sinikka Langeland, because of  the lyrical saxophone and guitar playing, which may sound like a kantele.

The Swedish traditional "Fäbodpsalm Från Näckådalen" takes us far into the Swedish forests. Extremely lyrical and nice saxophone playing and fine guitar accompaniment, which almost sounds like Rune Gustavsson and Arne Domnerus translated to 2015.

In Bogaerts-composition "Ner6ens" we get more Scandinavian tones, which is much closer Dala Floda than Ghent. Here the guitarist occupies a kind of Bill Frisell attitude. Not many notes, but the notes being played are important for the whole. Fine!

The distance between Scandinavia and Belgium is not large, it is fair to note throughout this recording.


Jan Granlie, Salt Peanuts



:: :: :: :: :: :: :: :: :: :: :: :: :: :: :: :: :: :: :: :: :: :: :: :: :: :: :: :: :: :: :: :: :: :: :: :: :: :: :: :: :: :: :: :: :: :: :: :: :: :: :: :: :: :: :: :: :: :: :: :: ::



J, Imp :: (Dani Heyvaert)


Llop -het woord betekent “wolf” in het Catalaans- is een Belgisch import trio, bestaande uit saxofonist Erik Bogaerts, gitarist Benjamin Sauzereau en drummer / electronicaman Jens Bouttery. Ik hoorde een paar jaar geleden voor het eerst van het gezelschap toen een bevriende cafébaas hun CD “Lampke” had opstaan en ik eigenlijk behoorlijk onder de indruk kwam van wat ik daar hoorde.

Die CD had voor gevolg dat het trio onder meer in Scandinavië ging spelen, wat dan op zijn beurt weer leidde tot een uitnodiging vanwege ARNA, een organisatie uit het zuiden van Zweden, die muzikanten van over heel de wereld uitnodigt om “in residence” aan hun muziek te komen werken en intussen andere muzikanten te ontmoeten. Dat speelt zich allemaal af in een plaatsje dat “Harlösa” heet en het is het oude kerkje aldaar, dat deze plaat opgenomen werd, met toevoeging van de baslijnen van de Fransman Brice Soiano, die ze ter plekke ontmoetten. Helemaal “impro” dus en wat ik, na ettelijke keren luisteren, steeds meer onvoorstelbaar vind, is het vanzelfsprekend gemakt waarmee de muzikanten elkaar en hun melodie weten te vonden: op vier nummers na, is alles geïmproviseerd, lees ik in de hoesnota's en, echt waar, ik kan daar nauwelijks bij: hoe mensen dingen zo organisch, zo naturel kunnen laten klinken…daarvoor moet je echt wel op mekaar ingespeeld zijn. Of gewoon het momentum kunnen vangen…Ik wéét niet hoe ik het moet verwoorden, maar een nummer als opener “Hapii Too”, dat lijkt gewoon door en door gerepeteerd. Die zweverige, dromerige sfeer die de hele plaat lang gecreëerd wordt en bij momenten danig bruusk doorkruist wordt door elektronische klanken die als het ware over je heen gedonderd komen zonder dat je ze verwacht, zoals in “Seagal”…ik vind dat wonderlijk, temeer omdat dat perfect bij elkaar blijkt te passen.”Il Pleut” is nog zo’n pareltje, zij het wel “gecomponeerd” met z’n meertalige bijna-nonsenstekst boven een bossa-achtig ritme, waarbij de sax op de wijze van Stan Getz de Ipanema-sfeer weer op te roepen, in duet met de bas…god jongens, wat is dat toch mooi.

De titeltrack, ook een heuse compositie, is met zijn dikke 8 minuten meteen ook qua omvang, de hoofdmoot van de plaat en etaleert de veelzijdigheid van de muzikanten én van componist Bogaerts, die een heel filmisch stuk afleverde, waar je zonder al te veel moeite zelf de beelden bij kunt verzinnen. In dit nummer valt alles samen, waar Loop voor staat: sfeerschepping, met een mix van klankentapijten en “exhte” muziek die, hoewel ze vaak totaal niet beantwoordt aan wat onze oren gewoonlijk te horen krijgt, toch klinkt, alsof je ermee opgegroeid bent. Mijn persoonlijke lieveling van de plaat is, samen met afsluiter “Troupeau”, “Le Sous-entendu”, een compositie van Sauzereau, die , mede omwille van de knappe gitaarlijnen, perfect in te passen is in de Nordic import die ik sedert enige tijd geregeld te horen krijg en waar ik ook erg ben gaan van houden. Deze hele plaat kan mee met het beste wat mij uit Noord-Europa is komen aanwaaien en, wie er deze kolommen wil op nalezen, zal merken dat ik daar verdomd straf materiaal tussen gevonden heb.

Natuurlijk, bij El Negocito Records hebben ze sowieso al niet de gewoonte zich met rommel bezig te houden, maar dit is toch wel een heel straffe plaat. Wat zijn we in dit apenlandje toch verwend, als het op goeie jazz- en improvisatiemuzikanten aankomt! Kijk: dit is nu echt een plaat, die ik aan mijn wat oudere folk- en bluesminnende vrienden moet laten horen. Tot op dit moment weten ze namelijk niet wat voor fraais ze missen, als ze deze CD niet gehoord hebben. TOP !








‘Enola.be’ :: Guy Peters


J, Imp is eigenlijk al even uit, maar hebben we herontdekt tijdens een regenachtige ochtend, toen er niks anders op zat dan gekluisterd aan het raam te wachten tot het zou opklaren. Op zo’n momenten werkt de fantasierijke huiselijkheid van zo’n album het best.


Niet dat deze tweede plaat van Llop een duffe bedoening is, maar het heeft wél iets van een ongedwongen momentopname; een muzikaal schetsboek van een paar gelijkgestemde zielen die in een lichtjes benevelde waas hun hart blootleggen en hier en daar wat humor in het resultaat laten glippen. Misschien iets te bescheiden, of te veel een sound voor wie een album verwacht dat per se een statement wil maken, maar bij momenten heel erg mooi, een evenwicht zoekend tussen tijdloze wijsheid en onbevangen naïviteit.

Op J, Imp (dat iets als ‘impuls’ zou betekenen) vinden we opnieuw Erik Bogaerts, Benjamin Sauzereau en Jens Bouttery terug, figuren die de laatste jaren al opdoken in allerhande projecten in de flanken van de Belgische jazz en improvisatie: van Mephiti, Banjax en Book of Air: vvolk, tot Les Chroniques de L’Inutile en Jens Maurits Orchestra. Deze keer krijgen ze ook gezelschap van bassist Brice Soniano, die meetrok naar de kerk van Harlösa in Zweden, waar de band uitgenodigd werd door ARNA, een organisatie die kunst, mens en natuur bij elkaar wil brengen en artiesten uit de hele wereld ontvangt.

Het resultaat mag er dus zijn, want doorheen tien stukken word je bij de hand genomen voor een wandeling langs stillevens en fraaie vergezichten, waarbij de grens tussen compositie en improvisatie regelmatig vervaagt. Eenvoud, voorzichtige schoonheid, wat weemoed en een licht surreëel randje, dat ook al gesuggereerd wordt door de hoesfoto (net als op de debuutplaat een fragment van de kat genaamd Maske) en titels die de wenkbrauwen omhoog doen springen. Te beginnen met “Hapii Too”, waarin Bogaerts nog maar eens die prachtklank op altsax laat horen.

Elegant aangeblazen, met melodieuze lijnen die zo zachtaardig zijn dat je ze enkel contouren zou mogen noemen, of strelingen, omdat ze met moeite wolken wegduwen, maar wel vanzelfsprekend samengaan met het tintelende gitaarwerk, terwijl Soniano en Bouttery in de achtergrond dienen. Het is van een gaafheid en directheid die niet vaak meer zal terugkomen, maar verderop wel wat verwanten heeft, zoals “Älskling”, een compositie die bij eerste beluistering vrij aanvoelt en waarin Bogaerts pas na verloop van tijd opduikt, zachtjes flutterend op een verlegen ‘let vooral niet op mij’-toontje.

Rond en tussen die breekbare brokjes voor de ochtenddauw kan je andere geluiden opvangen. “Seagal” – bidden dat het niets met de gelijknamige ‘acteur’ te maken heeft – ontvouwt zich fijntjes tot een hypnotiserend stukje instrumentale wentelrock. Een miniatuurtje van Yo La Tengo is niet veraf, maar dan door de elektronische mangel van Bouttery gesleurd. Of “Il Pleut”, ergens op de wip tussen lichtvoetige bossa en nonsensicale chanson, wankel gezongen door die laatste. Manger guacamole. En toch werkt het.

“Kalmpjes” kreeg een passende titel, en is een stuk dat bij eerste beluistering voor je neus oplost, maar dat een knap detailspel laat horen voor wie een koptelefoon in de aanslag heeft. Er zit een aandoenlijke eerlijkheid en kleinheid in deze muziek, die iets gemeen heeft met Soniano’s duoplaten met Joachim Badenhorst, of de kwartetplaten van Ruben Machtelinckx, waar die laatste ook op te horen is. Nog van dat in het titelnummer, met gitaarwerk in de zone tussen Gary Lucas en Bill Frisell, een schimmenspel met gracieuze sax dat gaandeweg meer songallure krijgt met kringelende gitaarfiguren.

In “Washandje” vormt de koppige herhaling van Soniano’s bas de rode draad, terwijl Sauzereau “Le Sous-entendu” bijdroeg, met een strijkstok die richting kamermuziek lonkt. En tenslotte wordt de finale ingezet met “Après un long moment de mutisme, Oscar retrouve l’usage de la parole”. Een titel voor een bombastisch alle richtingen uit stuiterend knetterstuk van wijlen Fukkeduk, maar in werkelijkheid een stop/start-dingetje van amper zeventig seconden dat baan ruimt voor “Troupeau”, dat lichtjes zwalpend het licht uitdoet.

De neiging is hier groot om die stukjes allemaal apart te omschrijven, maar het mooie is dat ze dat eigenlijk niet nodig hebben en op J, Imp een even raadselachtig en organisch als afwisselend geheel vormen. Voor wie een duidelijk doel en houvast verwacht, is dit misschien wat flou of te weinig substantieel (het heeft soms ook iets van rudimentaire penseelstreken die muzikanten onderling uitwisselen), maar wie bovenvermelde artiesten een warm hart toedraagt of gewoonweg een zwak heeft voor minder evidente klanken die niet zo dringend willen scoren, haalt met J, Imp een fraai stukje verpozing in huis. Mogelijks, maar niet noodzakelijk, te consumeren vanachter een vensterraam vol grillige druppelraces.




Rigobert Dittman


Nach Casper Brötzmann Benjamin Sauzereau? Nun, der Kopf muss, wie man mir sagt, sowas aushalten und ja etwa auch Nicola Verlato und Monica Bonvicini nebeneinander verstauen können, um es mal visuell auszudrücken. Der Weg zum belgischen Gitarristen und zu Llop führt über den Saxophonisten Erik Bogaerts und Book Of Air und deren Sub Rosa-Musik "vvolk", ebenso mit Stijn & Bert Cools wie auch sein Sextett Mephiti. Llop ist eigentlich ein Trio mit Sauzereau (Leader des Kammerjazzsextetts Philemon, Le Chien Qui Ne Voulait Pas Grandir) und dem Wellenschlag und Mövenschrei seiner Gitarre und Jens Maurits Bouttery (von Geroezemoes, dem Jens Maurits Orchestra und mit Sauzereau und Bogaerts auch in Les Chroniques de l’Inutile) an Drums & Electronics. Hier spielen sie aber zu viert mit Brice Soniano am Bass, einem weiteren Mephiti-Mann und zwar fern der Heimat im schwedischen Harlösa. Das klingt anfangs ganz lyrisch, verdichtet sich, aber dabei immer noch atmosphärisch, bei 'Seagull', wird wieder, mit spuckehaltigem Soprano und gläsernem Einhandpiano, auf fast melancholische Weise zartfühlend bei 'Älskling'. 'Il Pleut' wird von Bouttery als Bossa Nova geschmachtet, oder sollte ich sagen: Nouvelle Vague? 'Kalmpjes' schließt sich direkt an, zu Bogenstrichen ganz in Après-pluie-Feeling getaucht. Zu den shakergezuckerten, elektronisch umsponnenen und zart bepochten Sopranolyrismen von 'J, Imp' arpeggiert Sauzereau so anschmiegsam er kann. Wir sind da längst loplop-weit entfernt von simplem Jazz, und 'Washandje' mit seinen plonkenden Zahnradzähnchen behält diesen träumerischen-surrealen Wellenschlag bei. 'Le Sous-entendu' wird als Walzerchen in 3/4-Tristesse getanzt zu Arcoschmelz und zartbitterem Soprano. Beim 'Après un long moment de mutisme, Oscar retrouve l'usage de la parole' mit seinem Pizzikato und Orgelgeflöte ist der Titel fast länger als die surreale Überminute. Für das finale 'Troupeau' kirrt Bogaerts mit dem Tenorsax, dazu rasselt und schlumpt Bouttery als muscheliger Triton, bis die Erscheinung am Horizont verschwindet. Oh wie magritte, oh so delvaux!?



Gonzocircus.com : Arjan Van Sorge


Het Belgische Llop bestaat uit saxofonist Erik Bogaerts (Banjax, Mephiti), gitarist Benjamin Sauzereau (Les Chroniques De L’Inutile) en drummer Jens Bouttery (Jens Maurits Orchestra). Vierde man is Brice Soniano, een bassist uit Italië. Gezamenlijk konden ze een week lang opnemen in een oude kerk in een Zweeds stadje, en daarbij hun improvisaties uitwerken. Het geluid van gitaar en sax wordt dan ook nog eens door de elektronische mangel gehaald, waardoor weer een bijzondere, extra laag toegevoegd wordt -“ en het geheel voor iedereen nog minder te voorspellen valt. Het lijkt daarbij wel of het viertal door de prachtige Zweedse natuur betoverd werd, zo vervuld van ruimte en frisheid is de muziek. Het is jazz, onmiskenbaar, maar dan wel een organisch soort jazz waarbij alles met elkaar versmolten is, en het totaalgeluid vooropstaat in plaats van de individuele krachtpatserij. De sax torent met veel en vet aangeblazen lucht en volle tonen vaak boven de rest uit, maar in het verlengde van de rest. Een onverwacht staaltje hedendaagse cool jazz, met liefde en toewijding gemaakt.




Jazzenzo : Georges Tonla Briquet



Op hun debuut ‘Lampke’ creëerden altsaxofonist Erik Bogaerts, gitarist Benjamin Sauzereau en slagwerker Jens Bouttery een warm cocon van klankenweefsels. Muziek uit een verre kosmos die tegelijkertijd vertrouwd voorkwam. Op het vervolgalbum geen bruuske koerswijziging, wel wordt de focus van hun etherische sfeerscheppingen nog scherper gesteld.

Met ‘J, Imp’ borduren ze verder op hetzelfde improvisatieprincipe maar deze keer met een vierde man aan boord, de Franse contrabassist Brice Soniano (Rawfishboys, ¾ Peace). Vooral de combinatie van licht zwevende gitaarklanken met de warme gloed van de altsaxofoon en de subtiele electronics, leidt tot hoogtepunten van verstilling. Dat de opnamen gebeurden in een kerkje in het zuiden van Zweden, zal daar niet vreemd aan zijn. Heel apart is het gezongen ‘Il Pleut’ met zwoel Braziliaans tintje.


Bij beluistering komt tot uiting dat er onder het schijnbaar rimpelloze oppervlakte toch her en der nog niet onthulde werelden schuilen, zoals in ‘Troupeau’ dat wellicht ideeën bevat om op voort te borduren gedurende een volgend album. Op de hoezen van beide albums staat een detailfoto van dezelfde kat. En aangezien een kat zeven levens heeft, kunnen we uitzien naar de volgende vijf cd’s.




Bird Is The Worm : Dave Sumner



This is rainy day music.  J, Imp is dreamy and hazy and it hangs in the air like the enveloping arms of fading sunlight.  But rainy days also come with startling flashes of lightning and the deep rumble of thunder.  Tracks like “Älskling” and “Hapii Too” elicit the kind of imagery whose only goal is to lull the listener into a meditative state, but the quartet Llop is all about a well-rounded rainy day experience, and so the edgy displays of  searing electronic effects and the pulsing rhythms of “Seagal” and the quick melodic strikes of “Troupeau” sound right in place with the overall experience.  And then there’s the steady downpour of title-track “J. Imp,” with a focused melody that touches everything, and bridges the gaps between the storm’s peaceful and chaotic phases.  This is rainy day music, but it’ll no more let you drift off to sleep than it will protect you from the compulsion to daydream.  And no one state is less compelling than the other.



De Standaard : KvK



Saxofonist Erik Bogaerts maakt met zijn internationaal kwartet Llop een impressionistisch album, waarin hij invloeden van folk, jazz, experimentele rock, vrije improvisatie, soundscapes en die ondefinieerbare Scandinavische sound verwerkt. De meeste songs zijn geïmproviseerd. ‘Hapii too’ zet in als een folksong, met een bloedmooi thema. De uitwaaierende gitaar van Benjamin Souzereau zet de toon in ‘Seagal’. Waarna geluidseffecten en noise er vaart aan geven. ‘Älskling’ klinkt dromerig met een bijna Friselliaanse gitaar en een prachtige saxofoon. ‘Il pleut’ is een chanson, vol taalspelletjes en humor, klein en charmant gezongen door drummer Jens Bouttery. ‘J.Imp’ meaneert wat te veel in het ijle. Dit kwartet creëert prachtige melodieën zoals ‘Washandje’, met de ­obsessieve bas van Brice Soniano. Of ‘Kalmpjes’. ‘Le Troupea’ is een wat ontwrichtend slotstuk. Zonder grootse gebaren, een knap, bitterzoet album. Llop speelt op 3 juni op het Citadelic festival (Gent). (kvk)

L l o p ( pronounce L i o p )


Saxophonist Erik Bogaerts, guitarist Benjamin Sauzereau and drummer Jens Bouttery form the band 'Llop'. This Belgian based trio plays mostly improvised song-like and ambient music. Jens Bouttery plays drums and manipulates sounds by recording the band live, treating those sounds in real time, looking for unheard textures, unpredictability. and for a challenging ground for improvisation.. The album 'Lampke' (el NEGOCITO Records 2015) was the start of a musical process.

Shortly after releasing their first Album, Llop was invited by ‘ARNA’, a Swedish organization that invites artists from all over the world to work on their specific art and to meet the local people in Harlösa. The trio invited Brice Soniano to join them, worked and recorded "in residence" for one week in an ancient church in Harlösa. ‘J,Imp’ is the result of those intense days of recording.

Foto Bruno Bollaert

Foto Bruno Bollaert