Mephiti



Erik Bogaerts - Alto Saxophone

Ruben Machtelinckx - Guitar

Indrė Jurgelevičiūtė - kanklės

Bert Cools - Guitar & Synth

Brice Soniano - Double Bass

Stijn Cools - Drums


pers:

"EB verzamelde voor dit prachtige project een share topmuzikanten die samen een magnetiserende plaat maakten. De muziek kliunkt transparant, wat dromerig en bijna meditatief, maar toch stevig gestructureerd en gecomponeerd. De twee gitaristen spelen erg melodieus samen, en de kanklès (Lithuanian harp), past daar wonderwel bij. Dat samenspel is het meest geprononceerd in Hymne II, maar klinkt ook betoverend in opener Shilly. Het instrument creëert sfeer en een meeslepende en feeërieke begeleiding, maar ook solo klinkt het ronduit prachtig. combineer dat met de gedoseerd aangeblazen, soms krakend ademende sax en een dragende, melodieuze baslijn. EZet daaronder een drummer die het melodieuze en ritmische aspect begrijpt en aanvult en het resultaat is een reeks van 8 krachtige, lyrische stukken. Dit is gewoon beregoede muziek."

(MVdW)

Recording: Ted Masseurs on December 2 & 3, 2016

Mixing: Stijn Cools

Mastering: Uwe Teichert

Production: Erik Bogaerts

Executive Production: Rogé Verstraete

Artwork: Dewi De Vree & Jeroen Uyttendaele

Lay Out: Jeroen Wille & Ruud Ruttens


Available on cd & vinyl

vinyl: limited edition of 300 copies with printed innersleeve

release march 2018


all rights reserved

"Belgian alto saxophonist Erik Bogaerts leads Mephiti, a strings-heavy band with a light touch. The strings are Ruben Machtelinckx (electric guitar), Bert Cools (acoustic/electric guitar, electric guitar, and synthesizer), Indrė Jurgelevičiūtė ( kanklės: Lithuanian plucked box zither) and Brice Soniano (double bass). Stijn Cools completes the group on drums.


"Shilly" opens the album with a pensive alto-saxophone melody over a double-bass countermelody, the string section providing a rich texture of arpeggiated chords. "Hymne I" provides immediate contrast with its sprightly rhythms and overlapping ostinato patterns—which all dissolve into a spacious call-and-response between all of the band members.


"Hymne II" is quite different from the first one; it begins with a gentle unaccompanied kanklės solo, building to a group conversation. "Lenaé" has a similar opening, but with Bert Cools taking a harp-like role on acoustic/electric guitar. "Oude steenweg" is almost a drum solo. Tom-toms open, with a spacious, slightly ominous mood; Stijn Cools adds cymbals to the mix, then finally acoustic guitar joins in for the last minute. The closer, "Kat kreupel," begins with a deliberate guitar/bass introduction, adding an atmospheric saxophone line and cymbal washes.


Like many Belgian groups, Mephiti occupies a space that combines chamber jazz, folk music and minimalism. Recent examples include Veder's Evergreen (Aspen edities, 2017) and Linus+Økland/Van Heertum/Zach's mono no aware (Aspen edities, 2017) - both of which also share Ruben Machtelinckx as a group member. Bogaerts' music has it's own lyrical melodic signature, and a unique instrumental texture."


Mark Sullivan (All about jazz)

EB's bezoek aan het Zweedse Harlösa bracht een en ander teweeg. Zo nam Llop er zijn tweede album op en deed ook de naam Mephiti al snel de ronde. Het was even wachten tot de plaat er was, maar het geduld wordt beloond met een luisterervaring die zelfs na een stevig aantal draaibeurten nog altijd een eenvoudig label ontwijkt.


Samen met gitaristen Bert Cools en Ruben Machtelinckx, bassist Brice Soniano, drummer Stijn Cools en Indrė Jurgelevičiūtė op kanklės (een verwant van de citer uit Litouwen) speelt Bogaerts nummers die helemaal passen in een golf van eigenzinnige stille muziek die zich de voorbije jaren een weg gebaand heeft naar het Belgische muzieklandschap. Zijn eigen Llop maakt daar deel van uit, net als heel wat projecten uit de granvat-koker, de muzikanten die zich verenigd hebben onder de vleugels van Aspen Edities (Machtelinckx, Niels Van Heertum …) en een figuur als Joachim Badenhorst.

Het zijn stuk voor stuk muzikanten die een opleiding genoten hebben en goed vertrouwd zijn met vele vormen van de jazz, maar die vooral de Europese variant uit het Noorden aan de borst drukken. De blues wordt terzijde geschoven en in plaats daarvan krijg je een minder aardse sensibiliteit waar voortdurend een etherische wind doorheen waait, zonder daarom te vervallen in wollig sentiment. Misschien is dat wel een van de mooiste verdiensten van deze muzikanten: met aandacht voor secuur spel, onconventioneel experiment en evenwicht hebben ze delicate, introverte muziek in ere hersteld.

Het mooie is dat het ook steeds gepaard gaat met totaalconcepten. Albums worden steevast verpakt in opvallend artwork — vaak van verwante, jonge artiesten — en dat is ook nu het geval. Het artwork van Mephiti komt van 'Ground', een audiovisuele performance van Jeroen Uyttendaele en Dewi De Vree waarbij grafiet wordt gemanipuleerd met elektronische pulsen, die op hun beurt voor geluid zorgen. Met die grillige, rudimentaire vormen, even eenvoudig als onvoorspelbaar, is het helemaal op maat van de acht stukken op de plaat, die nooit helemaal welomlijnde verwachtingen inlossen. Ze lossen plots op, introduceren onverwachte elementen, bouwen gestaag schuifelend aan frêle constructies, blijven afgeronde eindes voor zich uit duwen. Het is zoeken, spoor zoeken in real time, afgewisseld met composities die steeds in het proces van vervelling lijken te hangen.

Helemaal vooraan zorgt “Shilly” misschien nog voor een meest conventionele stuk: een wondermooi ding dat in een wereld zonder zwaartekracht lijkt rond te wentelen. Twee gitaren die zachtaardig tokkelen, eerst gezelschap krijgen van een subtiel meekleurende kanklės en vervolgens van bas en altsax. Even herinnert het — maar dan wel elke keer opnieuw — ook aan het gevoel dat je overviel toen je voor het eerst Faerge hoorde (het album dat Machtelinckx maakte met Badenhorst, Hilmar Jensson en Nathan Wouters). Het heeft die voorzichtige lyriek, die breekbaarheid, die op een of andere manier wel samengaat met een indruk van weidsheid.

Een groter contrast met het Afrikaans getinte “Hymne I” is moeilijker denkbaar. Met die beweeglijke bas, de kronkelende gitaarlijnen, het cimbalengeruis en iets dat klinkt als spacey synth-effecten, lijkt het uit een compleet andere wereld te komen, met Bogaerts’ lange saxlijnen als verbindende factor. Intussen is duidelijk dat Mephiti geen optelsom wordt van acht keer “Shilly”. “Hanneke” en “Krevelstraat” zijn groepsstukken die vervolgens meer vrij en open aanvoelen. Anders qua temperament, maar ook met verwantschappen. Is het eerste opgebouwd rond een herhaald motief van vier noten dat uitgroeit tot een speels-mysterieuze wentelbeweging waarop Bogaerts korte aanzetten plaatst, dan wordt het tweede aanvankelijk gedomineerd door een stompende puls van bas en drums, maar komt een motiefje van vier noten terug bij Soniano, die lijkt te verwijzen naar Jimmy Garrisons legendarische figuur in A Love Supreme. Het is hier echter een andere soort statigheid: iel, met metalige percussie als een miniatuurversie van klokkende koebellen.

Met “Hymne II”, dat op gang gebracht wordt door Jurgelevičiūtė, wordt in een al dan niet bestaande folktraditie gedoken, haar getokkel een combinatie van een slaaplied, een twinkelend muziekdoosje en de universiteitsbeiaard van Leuven. Wanneer gitaar en bas erbij komen, dan gebeurt dat zonder poeha, geduldig. Deze mensen nemen hun tijd, gunnen de resonanties ook wat, en dat leidt hier tot het langste stuk van de plaat. Vanaf dan worden de stokjes ook duidelijk doorgegeven. Het korte “Lenaé” is de band in bijna-popmodus, met een gracieuze dans die in ontmantelde versie zo had gepast op het eerste Linus-album. Kleine details creëren een wereld van verschil. “Oude Steenweg” komt dan als een verrassing: diepe resonanties (van bas en drums?) met een kale, minimalistische flair. Totdat naar het einde toe minzaam getokkel opduikt dat voorbereidt op slotstuk “Kat Kreupel” en dan opnieuw wordt opengetrokken zodra Bogaerts het riet tussen de lippen neemt en Stijn Cools het geruis laat aanzwellen.

Een hele hoop beschrijvingen, maar Mephiti is misschien vooral een album dat duidelijk maakt dat die pogingen om het te vatten in woorden bij voorbaat gedoemd zijn om te mislukken. Dit is muziek die met kleine hints en texturen misschien wel bepaalde parameters oproept, maar er vervolgens in slaagt om ze slinks, met een goedhartige koppigheid te omzeilen. Dat duidt, in al z’n bescheidenheid, op de intentie om een persoonlijke invulling te creëren. Een uitdaging op fluisterniveau is nog altijd een uitdaging. En in dit geval ook heel erg mooi.


Guy Peters, Enola